Op 27 november 2025 kwam Invest-NL met een rapport naar buiten over waar de kansen liggen voor Nederland om een van de belangrijkste spelers te worden op het gebied van artificial intelligence. Stefan Leijnen, lector aan Hogeschool Utrecht en verbonden aan RAAIT, leverde voor dit onderzoek een marktanalyse aan. Zijn studie laat zien hoe de wereldwijde AI-ontwikkeling verschuift: weg van grote taalmodellen richting nieuwe, energiezuinige hardware en nieuwe datastromen.

Stefan Leijnen, lector aan Hogeschool Utrecht en verbonden aan RAAIT
De analyse van Stefan Leijnen, Deepdive AI, heeft het nationale investeringsfonds Invest-NL belangrijke inzichten opgeleverd voor hun investeringsstrategie. De boodschap is helder: Nederland moet niet meedoen aan de race van gisteren, maar aan de race van morgen. Die nieuwe race draait om energie-efficiënte hardware en om AI die de fysieke wereld begrijpt. Het fonds heeft op basis van de analyse een route uitgestippeld waarlangs Nederland een toppositie zou kunnen bereiken op het gebied van AI.
Verbinden aan de fysieke wereld
Nederland hoeft geen eigen programma’s of taalmodellen te ontwikkelen, zoals ChatGPT. Op dat gebied zijn de grote techbedrijven niet meer in te halen, stelt de analyse. In de niches valt echter nog een technologische voorsprong – en veel winst – te behalen. Met name op het gebied van technologie en oplossingen die AI en de fysieke wereld beter met elkaar verbinden. Zo moet er worden geïnvesteerd in energiezuinige chips. De digitale economie kost steeds meer energie, deze chips zullen van groot belang zijn voor de toekomst ervan. Een goed voorbeeld zijn de AI-chips van het Eindhovense bedrijf Axelera, dat eerder dit jaar al een subsidie van 61 miljoen euro ontving van de EU.
Van klimaatmodellen tot medicijnontwikkeling
Ook supersnelle netwerken, die meer data sneller kunnen verwerken, zijn een niche waarin Nederland een toppositie kan innemen. Netwerken moeten immers de snelgroeiende stroom informatie voor AI-toepassingen aankunnen. Verder is er een wereld te winnen op het gebied van verhandelbare data over de fysieke wereld, zoals camera- en radarbeelden en data uit warmte- en geluidssensors. Maar ook wetenschappelijke data. “Want ook de wetenschap staat in contact met de echte wereld. Als je daar goed staat, kan je ervoor zorgen dat AI gebruikt wordt om allerlei nieuwe, wetenschappelijke modellen te ontwikkelen; die klimaatverandering kunnen voorspellen, die nieuwe medicijnen kunnen helpen ontwikkelen en nieuwe materialen kunnen bedenken”, aldus Leijnen tegen BNR Nieuwsradio.
Makelaar in data
Het gaat hier dus niet om AI gebaseerd op digitale teksten, zoals taalmodellen als ChatGPT, maar om AI gebaseerd op data uit de fysieke wereld. Deze zogenaamde wereldmodellen kunnen AI-apparaten, zoals zelfrijdende auto’s en robots, helpen de fysieke wereld te ‘begrijpen’. “Die modellen zullen energie-efficiënt en privacy-vriendelijk moeten zijn”, zegt Leijnen. “Daar liggen de kansen voor Nederland en Europa. Als we mee willen doen in AI, en dat is ontzettend belangrijk voor de problemen van morgen, dan moeten we vooruit durven kijken. Nederland zou hierin een makelaar voor betrouwbare data kunnen worden.”
Meer weten
Lees hier het rapport AIDeep Dive: Strategic investing in the age of intelligence
Lees hier het FD artikel Nederland kan met gerichte investeringen serieuze AI-partner worden, denkt Invest-NL
Lees hier het NRC artikel Druk op politiek groeit: kan een nationaal plan Nederland helpen in de AI-race?
